Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDkRL AxDSCHEN STIJL. 469
de volgende bijzonderheden omtrent de voormelde
foorten op te merken.
5 881. Het doel van elke aanwijzing is , den
.jierfüon of het beftuur, aan hetwelk dezelve gerigt
wordt, eene juiste cn volkomen gefchiedkundige
kennis van dc daadzaak of verhandeling, welke het
onderwerp uitmaakt, te verfchaffen.
5882. Gefchiedkundige waarheid,
volkomenheid en klaarheid zijn de drie we-
zenlijke vereischten van eene aanwijzende voordragt..
§ 883. De berigten moeten zuiver gefchied-
kundig zijn, dat is, men moet zich in dezelve
alleenlijk tot berigtgeving bepalen, zich van alle
inmenging van redekaveling onthouden, en dit
aan hem overlaten, die ter bcoordeeling der zaak,
ter ontwikkeling der gevolgen uit de medegedeelde
daadzaken, geroepen is.
§ 884. De onderwerpen der kennisgevin-
gen zijn voorvallen, gebeurtenisfen, welke ter
kennis van het hoogere beftuur gebragt moeten
worden. Is de zaak van dien aard, dat het on-
dergefchikte beftuur, tot wier kennisneming de-
zelve eigenlijk behoort, uit hoofde van derzelver
gewigt, niet zelf beflisfen kan, maar eerst bevel
van het hoogere beftuur inwacht, zoo is het be-
rigt tevens eene aanvraag. Zulke ftukken wor-
den, zonder eenige inleiding, met de zaak zelve
aangevangen, en in het flot wordt de zaak aan de
beflisfing van het hoogere beftuur overgelaten.
O g 3
l ,