Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
4(56 HANDLEIDING tot den
de van belang: wanneer iemand door een on-
dergefchikt beftuur wegens een ten deele onaan-
nemelijk verzoek reeds is aigewezen, en echter
zich niet van zijn ongefitk kan of wil overtui-
gen, maar zich aan het hoogere beftuur wendt,
zoo wordt, bij bevind van juiste beoordecling,
de klager kortaf weder naar het ondergefchikt
beftuur verwezen. Redenen zullen in zulk ge-
val flechts dan te geven zijn, wanneer uit de
voordragt duidelijk kenbaar is , dat men uit on-
vi^etendheid of onbekendheid met de wetten ge-
dwaald hebbe; want zulk eene dwaling verdient
verfchooning.
§ 874. Eindelijk kan een verzoek ook om die
reden geweigerd worden'; dewijl daarin de we-
zenlijke punten niet bevat zijn, die aangevoerd
moeten worden, wanneer daarop uitfpraak moet
gedaan worden. Hierop make men den verzoeker
(requestrant) opmerkzaam en late het aan hem
over, de gebreken te verhelpen.
§ 875. De regel om bij weigerende befchik-
kingen de redenen onaangeroerd te laten, is ech-
ter aan menigvuldige uitzonderingen onderhevig.
Men moet daarbij telkenmale op her onderwerp
en den perfoon naauwkeurig acht geven, en daar-
uit volgt, dat het dikwijls noodzakelijk is, gron-
dige en omftandige befluiten op te ftellen.
§ 876. Elk onderwerp laat zich van verfchil-
lende zijden befchouwen , en elk, die bij een be-