Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDkRL AxDSCHEN STIJL. 465
het eerfte geval wordt het verzoek kort en be-
paald, met eene enkele verwijzing naar de be-
ftaandc wet of inrigting , als ongepast afgewezen.
Eene wijdloopige bewerking zou hier zoo over-
• tollig als ondoelmatig zijn. Berust het verzoek
op valfche gronden of onjuiste daadzaken, zoo
zoude het met de waarde des bcftuurs ftrijden,
wanneer het zich in uitvoerige wederlegging wilde
inlaten, daar alleen de tlwalende aan zich zeiven
zijne dwaling te wijten heeft, en het zij door zich
zeiven het zij door anderen van zijne dwaling kan
overtuigd worden.
§ 872. Beftaat het verzoek ifit onderfcheidene
punten, van welke eenige toegeftaan en andere
verworpen moeten worden, of zoo als het geval
ook zijn kan, dat het ingediende ftuk flechts een
enkel onderwerp bijtreft, en dit op zich zelf wel,
maar uit hoofde der omftandigheden, of zoo als
het verzocht is, niet toegeftaan kan worden, zon-
der dat men tegen de wetten handelt; zoo moet
ook hiernaar dc zamenftelling ingerigt worden.
Men drukt zich namelijk in dezelve zoo uit, dat
de opfteller van het verzoek terftond inziet, waar-
om hem hetzelve gedeeltelijk, zoo al^ het opge-
geven is, geweigerd moet worden. Ook is het
dan niet noodig, zich met de gronden in te laten,
wanneer deze terftond in het oog vallen, of zon-
der moeite kunnen gevonden worden.
S 873. Bij hoogere befturen is het volgen-
Gg