Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCMEN STIJL. 463
h a r d Ii e i (1 en 0 n v r i e n d c^l ij k h e i d' brengen
in eene groote niate neerflagtigheid en misnoegen
te wce^.
§ 8Ó7. De bcroepftljl, a'.i ftijl van refcrip-
ten cn lands befchikkingcn in het algemeen, moet
echter geen zwakke, zoete, geene pligtplegingS"
ftijl zijn. Dit .ware beneden de waarde eener re-
gering cn derzelver beambten. Deze moeten de
waarde van hunnen post in geenen deele te kor:
doen ; maar een geest vol menfchenliefde moet
zich in Inmne taal even zoo wel voordoen, als
zich die in elk befehaafd mensch voordoet, al
fpreekt hij ook met zijnen minften bediende.
§ 8Ó8. Ook bij bevelen cn verordeningen moet
men het onaangename, dat zij mogten hebben
en niet altijd te vermijden is, door het aangename
van den vorm verzachten; het zij door dit als on-
vermijdelijke noodzakelijkheid, het zij als een na-
tuurlijk gevolg der ftaatsinrigting, of der gestoorde
orde voor te ftellen. Men trachte door belang-
ftelling de gemoederen genegener te maken , om
zich aan het onvermijdelijke te onderwerpen, en,
in plaats van dezelve tot misnoegen en haat op te
winden, achting voor de wet en derzelver hand-
havers in te boezemen.
§ 869. Deze geest gebiedt om aan ambtenaren,
welke eenen geringen misflag begaan hebben, en
die anders met trouw, vlijt cn omzigtigheid hun
ambt waarnemen, niet even harde vervvijtingen te