Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
458 HANDLEIDING tot den
geval komen zij met de verordeningen overeen;
in liet laatfte behelzen zij een openlijk onderrigt,
om een algemeen nuttig doel te bereiken, of ook
wel eene goedkeuring, waardoor daden, uit pligt-
gevoel verrigt en tot het algemeen welzijn strek-
kende, erkend worden. De onderrigtingen
moeten zoo algemeen vérftaanbaar en bepaald als
mogelijk uitgedrukt worden, zoodat elk de voor-
fchriften opvolgen kan, zonder verder onderrigt te
behoeven.
§ 857. De bedoelingen moeten daarin met
naauwkeurigheid cn eene zekere vaderlijke welwil-
lendheid opgegeven worden, zoodat er geene mis-
vattingen plaats grijpen, geene bijoogmerken aan-
gewreven worden en geene klagten van eenigen
dwang zijn kunnen. Bij goedkeuringen moet
het welgevallen in gepaste en edele uitdrukkingen
opgefteld zijn, en daarbij wel bedacht worden,
dat elke weifelende en voor meerdere uitleggingen
vatbare uitdrukking den geprezenen in de goede
meening van het publiek kan doen dalen, en hem
zelfs dikwijls belagchelijk maakt.
§ 858. Het opftellen van een reglement be-
hoort tot de moeijelijkste werkzaamheden, welke
eenen ambtenaar kunnen opgedragen worden.
Het komt daarbij geheel op de juiste en dui-
delijke bewerking der onderwerpen aan, die
in hetzelve ter opvolging gegeven en befchreven
moeten worden.