Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
456 HANDLEIDING tot den
meen verbindende kracht hebben zal, moet het
werk van een rijp overleg en van het doordacht-
lle onderzoek van alle betrekkingen en omftandig-
heden zijn. De opgeklaarde geest voor het alge-
meen welzijn en billijkheid, moet zich in elke
verordening vertoonen, in eiken regel waargeno-
men worden; zij moet aan geene verklaring (in-
terpretatie), verandi-'ring (alteratie), vermeerde-
ring ( ampliatie) enz. onderhevig zijn, en elke
tv/ijfeling zelf beantwoorden. Is aan dit ver-
eischte voldaan, zoo ziillen de fchadelijke ge-
voelens, dat men zich overhaast heeft, en van
zijne dwaling terug gekomen zijnde, zijne mis-
flagen verbeteren zal, nooit kunnen opkomen.
Do wet zal door hare innerlijke waarde achting
cn eerbied inboezemen, en zich in het aanzien
ftaande houden, dat ter gewillige en ftipte opvol-
ging onontbeerlijk is.
§ 854. Ten aanzien van den vorm der ver-
ordeningen is op tc merken, dat elke verorde-
ning, die eenigermate van gewigt is, drie afdee-
lingen heeft, de inleiding, waarin de rede-
nen en gronden aangevoerd worden, welke tot de
verordening aanleiding gegeven hebben; de ver-
ordening zelve, en het fjot. De voorftellen
moeten in de verordening behoorlijk gefcheiden,
en of onder hoofd- en onderafdeelingen gebragt,
of in doorloopende paragrafen en nummers afge-
deeld worden , al naar mate, dat door het een