Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 455
trokken worden, naardien zulks zonder de groot-
fte onregt vaardigheid, en zonder den overtreder
geheel ongelukkig te maken, niet geschieden kan.
Zoo wordt met geldftralFen in vele gevallen wei-
nig uitgerigt, aangezien de overtreders der wet
van te voren hunne berekening maken, hoe veel
zij, ontdekt wordende, te betalen hebben. Zij
ftellen daartegen de winst, welke zij aan den ande-
ren kant bekomen, cn zoo eindigen zij geraeenlijk
met de wet te overtreden ; dewijl het toch nog
mogelijk is, dat zij niet ontdekt worden.
§ 851. Veel gemakkelijker zal dus het doel en
de opvolging eener verordening te bereiken zijn,
door of eene zeer zachte ftraf te kiezen,
om dezelve des te gewisfer uit te oefenen, of
de ftraffen (zoo mogelijk) geheel onbepaald
te laten, en daarmede flechts in het algemeen te drei-
gen; het te doenc onderzoek echter des te ftrenger
interigten, en dan naar bevind van zaken een regt-
vaardig vonnis, zonder aanzien des perfoons, uit
te fpreken.
§ 852. De ftraffen moeten ook niet al te kort
cn hard zijn, en alzoo het aanzien hebben, als of
dezelve den wetgever door de hoogfte gram-
fchap waren ingegeven; maar veeleer uit de ver-
ordening zelve voortvloeijen, en in eenen ernftigen
doch niet harden vorm verfchijnen.
S 853. Het opftellen eener nieuwe veror-
dening, in het bijzonder wanneer deze eene alge-
F f 4