Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
452 handleiding tot den
len, namelijk.: de b c 1 o o n i n g e n en ftraf-
fen; dan het is op geenerlei wijze onverfchillig,
hoe van deze middelen gebruik gemaakt wordt,
cn men moet veelmeer met het grootlle beleid te
werk gaan, wanneer zij dat bewerken zullen, wat
men van dezelve denkt te mogen verwachten.
§ «46. De belooningen beflaan deels in
aanmoedigingen, deels in bepaalde belof-
ten, welke vervuld moeten worden, zoodra de
pligtfchuldigen de voorfchriften nakomen. Dc
eerfte worden in algemeene uitdrukkingen opge-
fteld, bij welke altijd het denkbeeld te gronde
ligt: hoe zeer het den wetgever tot genoegen zal
zijn, en hoe hij diegene met bijzondere goedheid
zal aanzien, en naar gelang der omftandigheden
beloonen en bevorderen zal, welke zich door dc
opvolging der bekomcne bevelen onderfcheiden.
Gewoonlijk worden zulke belooningen of dade-
lijk bij het begin der verordening uitgedrukt, of
men befluit met dezelve. Het komt echter daar-
bij er op aan, dezelve die plaats te geven, waar
de belofte den fterkften indruk maakt, en dat
men door dezelve overtuigd wordt, dat het ern-
ftig gemeend en geen bloot voorgeven, of eene
gewone fpreekmanicr is, welke men naar
goeddunkken kan opvatten. Tegen zulk een
oordeel moet de fteller zich alzoo zoeken in ze-
kerheid te ftellen, en zijne uitdrukkingen zoo
kiezen en inrigten als zulks het opgegevene