Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEIIL-ANDSCHEN STIJL. 451
duidelijk en in een helder licht daargefteld, zoo
moet men het b ij z o n d e r e, dat enkele burgers
verpligt, of wat naauwkeuriger te omfchrijven is,
onder het beding volgen, dat de zamenbang met
het algemeene terdond in het oog vallc. Dc bij-
zondere voorftellen moeten behoorlijk op en uit
elkander volgen, zoodat elk een geheel uitmaakt,
dat op zich zelf verftaanbaar is, en geene verdere
verklaring door volgende voorftellen behoeft. Ook
moet niets veronderfteld worden, hetwelk zich
niet naar de omftandigheden en gefteldheid der le-
zers laat veronderftellen. Daarbij denke men ech-
ter niet, door herhalingen, vvijdloopige befchrijvin-
gen, enz. dit te zullen verhelpen. De verftandige
lezer wordt er door vermoeid en de minder be-
fchaafde in verwarring gebragt.
5 844. Eindelijk moet clkc paragraaf flechis
een hoofdvoorftel bevatten; of moeren er volftrekt
verfeheidene voorftellen verbonden worden, om
juist door deze verbinding der voorftellen meer
klaarheid te bew^erken, of den indruk te verfter-
ken, zoo kan het toch fteclus onder die voor-
waarde gcfchicden, dat de gelijkfoortige inhoud
derzelve zulk eene verbinding toelaat, en de reden
daarvan onmiddellijk in het oog valt.
§ 845. Daar de innerlijke doelmatigheid der
wetten en verordeningen niet altijd genoegzaam
is, om derzelver aanzien te doen gelden, zoo
vereischt deze nog altijd zekere uiterlijke midde-
Ff 2