Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
450 HANDLEIDING tot den
daardoor een bewijs verkrijge van het gewigt der
zaak, en tevens eene befchamende herinnering aan
het niet opvolgen van een nuttig voorfchrift.
§ 841. Komen in eene algemeene verordening
enkele voorfchriften voor, welke niet met het
hoofdonderwerp in een onmiddellijk verhand (taan,
zoo moeten zij aan hetzelve ondergefchikt en zoo
geplaatst worden, dat zij hetzelve niet verduiste-
ren. Men moet het algemeene van het bij-
zondere fcheiden; het eerfle vooraf aanvoeren
en het laatfte zoo laten volgen, dat het altijd het
eerfte tot grondflag heeft. Hierdoor bekomt men
een duidelijker overzigt, en maakt het gebruik
der verordening gemakkelijker.
5 842. Het algemeene in zulk eene veror-
dening is of datgene, waartoe alle burgers van
den ftaat verpligt zyn , of het is dc voorftelling
van het onderwerp en dc voorwaarden, op welke
hetzelve in het algemeen met de hulp der burgers
verwezenlijkt moet worden. In den aanvang de
orde op tc geven, die men volgen wil, ftrijdt
tegen den geest en vorm van zulke verordeningen;
maar de grond der verdeeling moet bij elke afdee-
ling terftond in het oog vallen, opdat men in
ftaat zij, de volgende hoofd- en onderverdeelin-
gen zelf in zyne gedachten aan te vullen of het
plan te overzien, hetwelk bij de verordening ten
grondflag ligt.
5 843. Heeft men op deze wijze het algemeene