Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 27
ftuksgewijze van elk van deszelfs deelen te beves-
tigen , b. V.
Europa is in oorlog; Afrika is in oorlog; Azië
is in oorlog; Amerika is in oorlog; Aujlraliê is
in oorlog: bij gevolg is de gehcele aarde in oorlog.
II, Dubbelbewijs.
§ 54. Wordt het meerder voorftel van eene
voorwaardelijke fluitrede door een fcheidend oor-
deel gevolgd, zoo heet zulk eene fluitrede een
dubbelbewijs (dilemma). Gewoonlijk bedient
men zich van dezelve om aan te toonen , dat er
iets ongerijmds beweerd wordt, b. v.
Zoo het waar is dat God zich niet om zijne
fchepfels bekommert, zoo moet hij of niet kunnen
of niet willen;
zoo God het niet doen konde, zoo zoude hij niet
almagtig zijn;
zoo God het niet doen wilde, zoo zoude hij niet
algoed zijn jegens zijne fchepflen:
een en ander jlrijdt tegen zijne volmaaktheid,
derhalve is de jlelling valsch, dat God zich niet
om zijne fchepfelen bekommert.
12. Ketting-Jluitrede.
§ 55. De ketting-fluitrede (forïtes) is
eene aaneenfchakeling van meer dan twee vooraf-