Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDkRL AxDSCHEN STIJL. 437
hccrfclienden geest eens benuurs of perfoons meer
of minder overeenkomen.
5814. Met dezen geest bekend zijnde, ral
men zicii de vraag moeten doen : uit welk e,en
gezigtpunt zullen en kunnen die genen, aan wien
de voordragt gerigt is, overeenkomftig derzelver
ftand, denkwijze en wat iets meer is, het onder-
werp betrachten en beoordeelen ? Hiernaar moet
de voordrager, wanneer het doel zulks veroorlooft,
zich fchikken , of ziine lezers van hunne eigene
befchouwingen zoeken af te brengen en voor de
zijne te winnen; in welk opzigt wederom het be-
leid in elk bijzonder geval moet beflisfen , of dit
door openlijke wederlegging, of flechts heimelijk
diene plaats te hebben.
5 815. Met elk onderwerp, dat wy voordra-
gen, en met de betrekking, in welke wij tot dc
perfonen ftaan, aan wien wij onze voordragt rig-
ten, is zekere gepastheid en gebruik ver-
knocht, die men nimmer uit het oog moet ver-
liezen. Een goede fmaak cn een zaiver gevoel
zijn de eerfte leermeesters van eene gefehikte be-
roepsvoordragt, ondervinding en het lezen van
goede beroepfchriften voleinden datgene, wat men
tact pleegt te noemen. Het zijn gebruikelijke
vormen, naar welke men zxh fchikken moet cn
aan welke gewoonlijk zulk eene groote waarde
gehecht wordt, dat zelfs dc bestgeflaagdc arbeid,
wanneer daarin de regels der grpastkeid e» der
E c 3