Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
43ó handleiding rex ben
§ 8ii. De ftdlcr van openbare ftukken, wel-
ke kunllen cn handwerken betrefFi^n, moet met
de kunsttaal in dezelve gebruikelijk bekend zijn ,
en zich naar het gewestelijk of plaatfelljk gebruik
naauwkeurig fchikken, zoo hij niet duister zijn en
kwalijk verdaan worden wil.
§ 812. Redeneerkundige orde en opvolging
van gedachten is de eerfte voorwaarde eener dui-
delijke en juiste voordragt; maar de fchrijver van
beroepftukken moet nooit het onderfcheid uit het
oog verliezen, dat tusfchen eene voordragt be-
ftaat , welke wijsgeerig gedacht, gerangschikt en
uitgewerkt is, en zulk eene, welke als eene
wijsgeerige verhandeling of kanfelrede kiinkt. De
beroepftijl is geene fchooltaal cn de collegien
vorderen geen geleerd uitkramen van wijsheid,
maar eene gemakkelijke en bevattelijke voordragt,
in welke zich de innerlijke waarheid der bewij-
zen, zonder dwang of zonder geleerde praal, aan
het gezond verftand van zelve voordoet.
§ 81^. In beroepftukken komt het hoofdzake-
lijk er op aan, om aan alle bijkomende denkbeel-
den , alle vreemde fpelingen van het vernuft ach-
ter wege te laten; het hoofddoel daarentegen zoo
te kiezen, voor te ftellen en uit te werken, dat
het zich van zelve aan den lezer opdringt. Het
te kiezen gezigtpunt moet wel altijd door
den aard der zaak zelve bepaald worden, maar
het laat ook veranderingen toe, welke met den