Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
F
nedkrl axdschen stijl. 431
trant, welke gewoonlijk den naam van bloem-
rijken draagt. Deze wordt geboren door al te
groote en te ontijdige overlading met fchoonhe-
den ; wanneer men namelijk altijd aan zijne uitdruk-
kingen eenen fchitterenden glans tracht te geven.
Deze manier kan, door eenen valschen luister,
flechts aan eenen bedorven fmaak behagen , maar
geenszins duurzame toejuiching verwerven.
5. Uitvoerige en beknopte flijl.
S 800. Een ander oogpunt, waaruit men het
onderfcheid tusfchen den fl;ijl lian befchouwen, is
dat met betrekking tot de meerdere of mindere
mate van uitvoerigheid. Te dezen aanzien kan
men twee foorten onderfcheiden, den uitvoeri-
gen namelijk en den bek nopten flijl. De eerfte
ontwikkelt de denkbeelden in het breede en in al-
le hunne bijzonderheden, en fpreidt overal eenen
grooten rijkdom cn overvloed ten toon; de laatfte
in tegendeel kiest het treffendst gezigtpunt ter voor-
ftelling zijner gedachten, zonder in geringe bij-
zonderheden te treden, gebruikende de fieraden
van den ftijl, niet zoo zeer ter verfraaijing, als
wel tot bevordering van fterkte en nadruk. Beide
deze foorten zijn naar gelang van den fmaak en de
onderwerpen te gebruiken; alleen behoort te wor-
den opgemerkt, dat uitvoerigheid ligtelijk in
langwijligheid en beknoptheid in droog-
heid en duisterheid ontaardt.