Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
430 handleiding to^' den
§ 794. Wanneer men dit verlchil nog uit an-
dere oogpunten bescliouwt, gelijls met opzigt tot
de mate van fierlijkheid aan denzelven eigen,
zoo hebben hierin verfcheidene trappen plaats.
§ 795' Op den laagstcn trap ftaat die, welke de
drooge manier wordt genoemd. Deze, van beval-
ligheid geheel ontbloot, legt zich alleen toe, om
de zaken op eene verftaanbare wijze voortedragen,
en is alleen in kerende en betoogende ftukken te
duiden.
§ 796. Eenen trap hooger ftaat de platte of
kunftelooze ftijl, waarin wel gccne trcifende
fieraden gebezigd, maar echter behalve voor dui-
delijkheid, tevens voor juistheid cn zuiverheid
gezorgd wordt, cn aan welke levendigheid en na-
druk somtijds niet vreemd zijn.
§ 797. Hierop volgt de nette ftyl, in wel-
ke allerlei verfraaijing, behalve van de hoogfte en
fchitterendfte foort, voorkomt. Deze manier legt
zich toe, behalve op duidelijkheid en juistheid,
op fchoonheid van uitdrukking en voordragt, en
op het gebruik van figuren, echter geen ftoute en
vurige.
§ 798. Eenen trap hooger ftaat die fchrljftrant,
welke de fraaije genoemd kan worden, en de
uitftekendftc fieraden in eene ruime mate aan-
neemt; in een woord, die alles bevat, wat het
oor ftreelen en het hart treffen kan.
§ 799. Eindelijk heeft men nog eenen fchrijf-