Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
n):.de.ilandschen stijl. 429
vervangen. Eoie gepaste vereeniging van deze drie
verfcliillende kfraliters van den ftijl, overeenkom-
ftig met het onderwerp en de bedoeling des fchrij-
vers, zal de meeste verhevenheid kunnen voort-
brengen.
S 791. Deze drie hoofdkarakters of eigendom-
melijke verhoudingen fluiten echter de menigvul-
dige tusfchenkarakters zoo weinig uit, dal zij in
eene cn dezelfde voordragt nooit geheel gelijkmatig
voortgezet moet worden, en dat derzelver over-
gangen, van den eenvoudigeh in den middelbaren,
en uit dezen in den hoogeren ftijl, en omgekeerd,
natuurlijk cn onmerkbaar zijn moeten. De gewel-
dige en onvoorbereide fprongen uit den eenvoudi-
gen in den verhevenen ftijl, en omgekeerd, zijn
ten uiterfte berispelijk.
S 792. Daar ondertusfchen de opklimmingen
voor het gevoel met meer welgevallen gepaard
gaan, dan de afdalingen, zoo moet men, bij niet
al te lange opstellen of liever het flot voor eenen ver-
hevenen fchrijftrant besparen, dan van den laatften
tot den eenvoudigen schrijfftijl terug treden.
4. Drooge, platte of kunstelooze, nette,
fraaije en bloemrijke flijl.
§ 793. Behalve de drie opgegevene algemeene
karakters van den ftijl, zijn er dus nog vele mid-
delfoorten en alle onderscheid van ftijl is op verre
na in dezelve niet begrepen.