Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
fTT
428 handleiding tot den
3. De verhevene ßijl.
§ 789. De verhevene fchrijftrant heeft ten
doel, om, door middel van eene beeldrijke taal
het hart te treffen en de driften in beweging te
brengen. Door zich van alle Geraden en hulp-
middelen der kunst te bedienen verzinnelijkt en
verlevendigt zij de voorwerpen, wekt hec gevoel
en alle aandoeningen, als van vreugde, droef-
heid, medelijden, verontwaardiging enz. op, ver-
fchaft een vrij fpel aan de verbeelding, en is meer
op gevoel en hartstogt dan op onderrigting en
kracht van wil berekend. Deze fchrijftrant het
groote en verhevene voorftellende, en daardoor
reeds bewondering, verbazing en eerbied voor het
onderwerp afperfende, mag echter even min in
opgeblazenheid, overlading en overdrijving der
fchoonheden ontaarden, als tot het drooge en fle-
pende afdalen. Zij verheft door de keus der
woorden en de deftigheid der uitdrukking het be-
teekende voorwerp b. v. beemde», kielen, enz.
voor velden, fchepen.
§ 790. Men dient echter hierby niet uit het
oog re verliezen, dat deze fchrijfftijl, eene fterkere
fpanning der zielskrachten veronderftellende, fpoe-
dig deszelfs houding verliezen moet, en alzoo niet
doorgaande kan gebezigd noch geheele boeken in
dezelve kunnen gefchreven worden, maar dat hij
fomtijds den middelbaren fchrijfftijl behoort te