Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
426 handleiding tot den
De attische ftijl was daarentegen iets woordenrij-
ker, maar in het geheel altijd kort en bepaald;
niet opgeblazen noch gezocht, maar vol geest en
fchoonhcid. Tegen denzelven ftond lijnregt over
de woordrijke]aziatifche ftijl; terwijl de rhodi-
fche tusfchen de twee laatstgenoemden het mid-
den hield.
§ 786. Naarmate in de voordragt fommige ei-
genschappen meer, andere minder en enkele in
het geheel niet aangetroffen worden, verkrijgt de
ftijl onderfcheidene karakters, welke men oudtijds
reeds tot drie hoofdkarakters bragt, namelijk:
den eenvoudigen, middelmatigen en
V erbe venen ftiil; welke allen eenen goeden
ftijl kunnen opleveren. Wij zullen eerst deze
verdeeling, naar welke velen zich thans nog
fchikken, volgen, en daarna bet verfchil van ftijl
nog uit andere oogpunten befchouwen.
I. De eenvoudige ftijl.
§ 787. De eenvoudige fchrijftrant is dui-
delijk, bevattelijk en natuurlijk. Zij onthoudt
zich van alle Geraden; echter heerscht in dezelve
ëénige levendigheid en waardigheid, zoodat zij
niet droog en langwijlig wordt. Ook in volks-
fchriften behoort zij niet tot platheid, en in kin-
dergefchriften niet tot het kinderachdge en beu-
zelachtige af te dalen. Zij is bijzonder gefehikt
voor alle yoordragten, die algemeene bevattely};-