Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
42a HANDLEIDING tot den
bewiizcn, welke eene groote kracht bezitten , af-
zonderlijk aan te dringen, zwakkere integendeel
nevens elkander tc plaatfen; ten einde de eerfte
niet door andere verduifterd worden, en de laatfte
door hunne menigte en gemeene ftrekking elkander
onderling helpen onderfchragen. Desgelijks moeten
de bewijzen niet tc ver uitgerekt of te zeer verme-
nigvuldigd worden , opdat men niet door het eer-
fte den indruk verzwakke, of door het laatfte ver-
veling en wantrouwen veroorzake. Eindelijk moet
men zorgen, om geene bewijsgronden van ver-
fchillenden aard onder een te mengen, hetwelk het
geval zoude zijn, wanneer men b. v. de bewijzen
voor dc %'aarheid eener zaak, met dis voor de
pligtmatigheid of nuttigheid tc gelijk voordraagt.
§ 781. Wat de middelen ter overre-
ding, ook wel het ïiartstogtelijk gedeel-
te genoemd, aangaat, hiervoor namen de Ouden
aanleiding uit:
a.'y Het lofwaardige, of fchandeiijke.
b.") Het voor- of nadeel.
f.) Het aangename of onaangename.
d.') De gemakkelijkheid of moeijelijkheid.
De noodzakelijkheid of noodeloosheid.
Bij de gelijkfoortige middelen ter opwekking der
hartstogten, moet men van de min tot de meer ge-
wigtige overgaan; zelden zal het omgekeerde geval
dienen plaats te grijpen.
Ter opwekking der hartstogten, hetwelk na-