Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedkrl axdschen stijl. 421
duiten vooraf, zoo is het •waarfchimend; tolgt
het de daden, zoo is het ftraffend. In deze
toefi:anden is het geweten wakend; in de tegen-
geflelde noemt men het jlapend.
Tot voorbeelden kan men bijbrengen de naauw-
gezette, de gewetenlooze, enz. Op deze wijze
laten zich, naar gelang van bet onderwerp, de
ophelderingen nog vermeerderen, en uit vele
andere gezigtpunten voorftellen.
§ 779. Aangaande de bewijzen en b e fch ei-
den , of het betoogend gedeelte eener voor-
dragt is aan te merken, dat hieraan, als het ge-
wigtigfte deel, de meeste vlijt behoort hefteed te
worden, aangezien van de kracht en bondigheid
der bewijzen de bereiking van het oogmerk voor-
namelijk afhangt, fn het algemeen is in het oog
te houden, dat alleen eene grondige kennis van
het onderwerp de voldingendfte bewijsreden kan
doen kennen, welke met duidelijkheid, klem en
eene zekere mate van bevalligheid moeten voor-
gedragen worden.
§ 780. Opzigtelijk de i nrigtin g of fchik-
king der bewijzen is in het bijzonder aan te
merken, dat de algemeene bewijzen voor de bij-
zondere komen. Ook is het meestal doelmatig,
om van zwakkere tot fterkere bewijzen op te klim-
men, ten einde den fterkften indruk voor het laatst
te bewaren, en alzoo eene volkomene overtuiging
te weeg te brengen. Voorts is het dienftig die
D d 3
UetiM