Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
420 handleiding tot den
V
dra het ons onzen eigsnen zedelijken toeftand doet
kennen, heet geweten, of nog naauwkeuriger:
geweten is het met zedelijk gevoel verbonden ver-
mogen, om de zedelijkheid en onzedelijkheid on-
zer daden te beoordeelen. Dit denkbeeld grondt
zich op het zedelijk gevoel, hetwelk door de voor-
ftelling opgewekt wordt, dat iets met de zedelij-
ke wet overeenkomftig of ftrijdig is.
Men kan ook den loop der gedachten omkeeren
en aldus beginnen. De mensch heeft een zedelijk
gevoel, hetwelk hem zegt, dat iets met de zede-
lijke wet overeenkomftig of ftrijdig is. Wanneer
niet alleen dit gevoel opgewekt wordt, maar ook
de rede de zedelijke waarde of onwaarde erkent:
zoo ontftaat het met zedelijk gevoel verbonden
oordeel, over de zedelijkheid of onzedelijkheid
der daden, hetwelk men geweten noemt. De be-
ftanddeelen van het begrip zijn een zedelijke zin
en het oordeel der rede.
A.) Verdeeling, Naar mate het oordeel
over onze daden goed of kwaad, klaar of duister,
duidelijk of verward, waar of valsch, zeker of
twijfelachtig is, naar die mate is zulks ook het
geweten.
Het geweten doet zich op verfchillende wijzen
voor. Rekent zich de mensch flechts zeer grove
overtredingen toe, zoo heeft hij een ruim geweten;
maakt het geweten hem ook bij kleinigheden on-
gerust, zoo heet het beangst; gaat het onze be-