Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedkrl axdschen stijl. 419
in de weglating van alles, wat het oogmcrlc des
verbaals of der verklaring niet bevordert; einde-
lijk moet de ftijl natuurlijk en eenvoudig zijn, wel
met zekere mate van fierlijkheid, doch zonder uit-
voerige vergelijkingen of ftoute en hartstogtelijke
figuren.
§ 777. In vele gevallen, wanneer namelijk dc
kortheid van het opftel, of de aard van het on-
derwerp of eenig bijzonder oogmerk zulks niet
verbiedt, verfpreidt eene gepaste opgaaf der ver-
deeling van het onderwerp niet alleen veel licht
over den geheelen inhoud, maar maakt ook het
overzigt over het geheel veel gemakkelijker. De
verdeelingen moeten natuurlijk en van eikander
onderfcheiden zijn, dat is, de deelen behooren in
een geregeld verband en in eene geleidelijke orde
te ftaan, en het eene deel moet niets bevatten,
dat reeds in een voorgaand ligt opgefloten. De
verdeelingen moeten voorts volkomen zijn, dat,is,
de leden der vcrdeeling moeten het onderwerp in
zijn geheel bevatten. Eindelijk moeten de afdee-
lingen niet alleen beknopt en juist zijn, ten einde
gemakkelijker bevat tc worden, maar men moet
ook dezelve niet noodeloos vermenigvuldigen, daar
zulks de voordragt meer verduistert dan opheldert,
en de eenheid van onderwerp verbreekt.
§ 778. Ten voorbedde der opbekieringen kan
dienen het volgende over het geweten:
Verklaring. Het zeddijk gevoel, zoo-
D d 2