Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 417
1. De inleiding.
S 771. De inleiding is beftemd, om belang
te doen ftellen in het onderwerp en tot hetzelve
voor te bereiden, dat is, het ondérwerp in het
gezigtpunt te plaatfen, uit hetwelk wij willen,,
dat het befchouwd zal worden, en aan te bren-
gen , of in het geheugen terug te roepen die nood-
zakelijke denkbeelden en voorafgaande kundighe-
den, welke tot verftand van het te verhandelen
onderwerp gevorderd worden.
S 77a. Tot de inleiding kan men ook bren-
gen de overgang ter behandeling van den in-
houd des opftels, het voorftel zelf of de op-
gave van het onderwerp en het verzoek om
toegevendheid of opmerkzaamheid.
§ 773- Opzigtelijk de inleidingen is aan te mer-
ken, dat dezelve alleen ontleend moeten worden
van zaken, welke met het onderwerp der ver-
handeling in het naauwfte verband ftaan; waar-
toe het niet ondienftig isj bij gewigtige voor-
dragten eerst het onderwerp wel te overwegen,
en eene fchets der verhandeling te maken voor
dat men aan de inleiding begint. Voorts behoo-
ren bedaardheid, zedigheid, ongekunftelde een-
voudigheid en beknoptheid in hgt algemeen in
elke inleiding heerfchende te zijn. Bij korte op-
ftellen kan de inleiding gevoegelijk gansch weg-
gelaten of ten uiterfte kon gemaakt worden, en
D d