Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
412 HANDLEIDING tot ije'n
8.) Hij ziet er niet naar, of zijn oordeel anderen
ook fchaden kan.
9.) Liefdeloosheid ontaardt ligt in wangunst,
10.) De bron van liefdeloosheid is ook gebrek
aan welwillendheid.
11.) De liefdelooze oordeelt dikwijls naar
blooten fchijn.
12.) Wiß zynen naasten niet bemint, mist de
meeste menfchelijke genoegens.
13.) De liefdelooze is voor geene ware deugd
vatbaar.
14.) Men kan alle menfchen niet helpen.
15.) Liefdeloosheid ontftaat uit eigenliefde.
16.) Men moet zijn hart ileeds voor het gevoel
geopend houden.
17.) Wie anderen tracht goed te doen, vat ook
genegenheid voor hen op.
18.) Niets fmart zoo zeer, dan zich liefdeloos
beoordeeld te zien.
19.) Schoon men niet allen kan helpen, zoo
kan men hun toch deelneming betoonen.
20.) Wie zijnen naasten bemint, vindt dik-
wijls hulpmiddelen, waar hij die zelf niet ver-
moedde.
21.) De liefdelooze weigert zijne hulp ook
daar, waar zij goed aangewend en bewezen kan
worden.
22. Liefdeloosheid ontftaat dikwijls uit traag-
heid.