Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
430 HANDLEIDING tot de,'«
zich te volmaken en aan de menfchelijke maatfchapy
nuttig te worden, veronderftelt de ontwikkeling
van zijnen aanleg.
Bij 5.) De twijfelingen aan deze waarheid
berusten deels op misduiding, in zoo ver men
opvoeding met leeren verwisfeit; deels op onge-
gerijmdheden en bovennatuurkundige grillen, wan-
neer men b. v. beweert, dat de Natuur de beste
leermeesteres is.
Bij 6.) Eene algemeene verwildering zoude het
gevolg zijn, wanneer men de opvoeding verwierp.
Bij 7.) De grootfte denkers getuigen voor de
noodzakelijkheid der opvoeding.
Bij 8.) Invloed op onze daden. De befchouwing
van het weldadige der opvoeding verhoogt in ons
het ftreven naar volmaaktheid, zij fpoort aan tot
dankbaarheid jegens ouders en leermeesters , tot
her bevorderen van de opvoeding van anderen;
zij boezemt ons deelneming in de hoogfte belangen
der menschheid in. Zie boven (§ 68 en vplg.)
over het bewijzen.
^ 764. Wil men valfche begrippen we-
derleggen, zoo moet men aantoonen :
1.) Gebrek aan geldige bewijzen.
2.) Strijdigheid met het eigen gevoel, met het
algemeene gevoel van waarheid, met de proeven,
ervaringen, met overeenkomst, met andere waar-
heden, of misduiding der getuigenisfen.
3.) Zwakheid van de gronden der dwaling.