Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDEPvLANDSCHEN STIJL. 23
ontkend worden. Wat b. v. van Cien mensch in
het algemeen waar isj dat is ook waar van man-
nen , vrouwen, kinderen, Europeërs, Negers, en
in het kort van elk mensch in het bijzonder.
c.) Het meerdere voorftel moet volftrekt een
algemeen voorftel zijn; want wilde men een bij-
zonder voorftel daartoe gebruiken, dan moest
men kunnen befluiten: wat van eenige foorten des
onderwerps geldt, dit geldt ook van allen. Zoo
zou het ongerijmd zijn uit de premisfen:
eenige kooplieden zijn rijk;
Willem is een koopman,
het befluit te trekken; dus is Willem rijk,
d.") Beide voorafgaande voorftellen mogen niet
ontkennend zijn, offchoon zij beide bevestigend
zijn kunnen, en alsdan noodzakelijk een beves-
tigend befluit geven, b. v.
een mensch is geen redeloos fchepfel;
een hond is geen mensch,
wat moet nu hieruit volgen?
e.y Wanneer van de premisfen de eene ontken-
nend is, zoo is het befluit ook ontkennend,
B. v. hel meerdere voorftel ontkennend zijnde:
geen mensch is vrij van dwaling; Hendrik is
een mensch: bijgevolg is Hendrik niet vrij van
dwaling. Het mindere voorftel ontkennend zijn-
de, b. V. wie befchaafd is, moet ten minfle zijne
moedertaal kennen; Willem yerßaat zijne moe-
dertaal niet: derhalve is Willem niet befchaafd.
B 4