Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
428 HANDLEIDING tot de,'«
lotgevallen en wenfchen van anderen deel te np-
pien. De valfche onbaatzuchtigheid ontftaat uit
ligtzinnigheid, uit eene zwakke weekheid van
gevoel, uit gebrek aan inzigt. Ik moet niet mijne
hoogere algemeene bedoelingen aan de onbedui-
dende of ook wel onverftandige en baatzuchtige
bedoeh'ngen van anderen opofferen.
4.) Kenteekens. Het uiterlijke gedrag.
Handeling. De onbaatzuchtige doet het goede,
dewijl het goed is. Niet het gevolg zijner daden,
maar de pligtmatigheid van dezelve en de zuiver-
heid zijner gezindheid komt bij hem in aanmer-
king, Hij werkt in ftilte en zonder gedruisch, is
voor geene omkooping vatbaat, werkt onafgebro-
ken en volhardend, krachtig en onwankelbaar,
en blijft zich altijd gelijk.
5. Graden. Ware onbaatzuchtigheid heeft
geene graden; zy offert alles op voor het als
goed erkende doel,
6.) Middelen. Aankweeking van algemeene
menfchenliefde. Nadenken over het gewigt der
menfchelijke bedoelingen. Ten nutte maken van
zich aanbiedende gelegenheden. Gewoonte aan
pnthouding.
7.) Nut, Andere beweeggronden;
oordeel der wereld; voorbeelden. De
onbaatzuchtigheid is een veredelend gevoel; zij
fDehoedt ons voor mismoedigheid wegens mislukte
yerwachtingen, en verhoogt daardoor onze bedaard: