Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDKRL AXDSCHEN STIJL. 407
4.) Zijn er valfche begrippen te vtederleggen?
5.) Voorbeelden en getuigcnisfen.
$ 762. De denkbeelden worden nu analijrisch,
dan fynthetisch ontwikkeld. Anal ij tisch, wan-
neer men van het algemeene tot het bijzondere
afdaalt, b. v. onbaatzuchtigheid is het vermogen,
ora zijn eigen voordeel vrijwillig en gaarne, uit
verftandige gronden en met het duidelijk bewust-
' zijn dezer gronden, aan het voordeel van anderen
op le offeren. Sijn the tisch, wanneer men
van het byzondere tot bet algemeene opklimt,
b. V. wie zijn eigen voordeel vrijwillig en gaarne,
uit verilandige gronden en met het duidelijke be-
wustzijn dezer gronden, aan het voordeel van
anderen opolFert, handelt edel, cn wie eene be-
kwaamheid in deze edele handeling verkregen
heeft, bezit de deugd van onbaatzuchtig-
heid.
Volkomen onderrigt en uiteenzetting, b. v.
1.) Wat is onbaatzuchtigheid? Bepaling
derzelve als te voren.'
2.) Voorwerp, grootheid, waar-
heid. Andere menfchen; berust op gevoel en
inzigt.
3.) Oorfprong, ware, valfche. De
ware onbaatzuchtigheid ontfiaat uit de overtui-
ging, dat wij verpligt zijn, om de verftandige
bedoelingen van een ander te bevorderen, en uit
dc menfchenliefde, welke ons aanzet, om aan de
C c 4 '