Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
406 HANDLEIDING tot de,'«
gevoel maakt het befluit uit, zoo als gevoelens
van rust, van opgeruimdheid, van droefgeestig-
heid , van eenzaamheid, van tegenftrijdigheid, van
het romantifche.
S 760. Is het te befchrijven voorwerp als een
.voorwerp in den tijd voor te fl:ellen, b. v. een
mensch, zoo komt eerst in aanmerking zijne in-
nerlijke ge ft el dheid, als: onderdom , ge-
ftalte, gemoedsgefteldheid , hartstogten, gewoon-
ten, karakter, opvoeding, verfl:andsvorming; ver-
volgens zyne uiterlijke ge ft el dheid, als:
ftand, huisfelijke en burgerlijke betrekkingen.
3. Onderrigtende opftellen. Schikking
derzelve.
J 761. Het doel win het onderrigt is, iemand
van eene waarheid door gronden te overtuigen.
Dit gefchiedt door de ontwikkeling eens denkbeelds
en de onderrigting daaromtrent, door bewijzen,
door verbetering en wederlegging van valfche
denkbeelden, door onderzoek en toepasfing eener
waarheid. In het algemeen heeft men zich bij
de onderrigting, omtrent een voorwerp, de
volgende vragen te doen:
1.) Wat beduidt het woord? Vastftellen des
hoofddenkbeelds. Bepaling of befchrijving.
2.) Wat is wezenlijk en wat is toevallig?
3.) Zijn er verwante begrippen , welk» e" an-