Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKrl aXdschen stijl. 397
heeft iets bepaalds, vanwaar hij uitgaat, en alle be-
kwaamheden hebben daarbij een ruim veld, om zich
met voordeel uit te breiden. De uitleggende
(commenterende) leerwijze (men zie boven S 169
de regels van uitlegging). Waarbij men met oordeel
moet uitleggen ; dewyl anders ligt het zelfdenken
en het eigen oordeel verloren gaat. De gedachten
eens fchrijvers moeten hierbij duidelijker dan hij
zelfs kon doen ontwikkeld, uit nieuwe gezigt-
punten voorgedcld en nieuwe gevolgen daaruit
afgeleid worden. De waarnemende of beoor-
de e I e n d e leerwijze onderfcheidt zich van de
vorige daardoor, dat zij met eenen vrijen blik den
geest eener voordragt van gedachten opvat, om de
gebreken, of het on beftaan bare daarin te ontdek-
ken, of ook door vergelijking en verbetering van
de enkele dingen, nieuwe befchouwingen zoekt
tc verkrijgen.
§ 747. De ftoffen der voordragt zijn van vier-
derlei aard. Zij zijn namelijk; verhalen, wan-
neer wij anderen gebeurde zaken mededeelen;
b e f c h r ij v i n g e n , wanneer wij andere dingen,
die voorhanden, Zijn, duidelijk maken; — on-
derrigtingen, wanneer wy zekere waarheden
ophelderen; — opwekkingen, wanneer wij
anderen tot eenige werkzaamheid aanfpooren (*).
(*) Schoon sommigen deze laatste soort tot eene der
drie verste soorten willen gebragt hebben; zoo komt h«t