Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKrl aXdschen stijl. 395
§ 745. Om tot de kennis van een voorwerp te
geralcen, is er eene . l'y s t e m ati fc h e en eene
focratifche leerwijze van overdenking.
c.) Bij dc fy s t e m a t i f c h e ■ leerwijze ligt eene
naar ftrenge regels gerangfchikte, volkomene uitr
•eenzetting van eene zamenhangende reeks van
denicbeelden ten gronde, die van eenvoudige be-
grippen of de eerfte gronden uitgaat, en door aan
■de eerfte begrippen altijd nieuwe toe te voegen.,
en aan de voorgaande ftellingen altijd nieuwe
ondergefchikt te maken, tot/ het bijzondere en
onbekende afdaalt. Aan het hoofd ftaan de b e-
-palingen (definitien); deze worden gevolgd door
dc in zich zelve klaarblijkelijke ftellingen of
grondftellingen, die in andere wetenfchappen,
of door de ondervinding vastgéfteld zijn. Uit
deze, of uit het doel des onderzoeks, worden
de gronden tot de verdeeling van het te voren
bepaalde voorwerp genomen, en deze verdeeling
bepaalt tevens den loop der onderverdeeling yan
het bijzondere onder het algemeene, en gevolgelijk
van de daarmede aanvangende ftuitreekfen. De
bewijzen volgen op de ftellingen en de ophel-
deringen door voorbeelden op de bewijzen.
Men laat de befchouwingen voorafgaan, en op'de-
zelven de daadzaken volgen, waarop de eerfte
fteunen. Van het afgetrokkene (abftracte) gaat men
over tot het zamenvattende (concrete). Hiertoe be-'
hoort alles, wat boven van bepalingen, befluiten
en bewijzen gezegd is.