Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKRl aXdschen stijl. 393
Eerfte Hoofdftuk.
Kunst yap uitvinden.
§ 742. Wanneer wij de bouwftoffen voor
een gegeven onderwerp willen vinden, moeten
wij ons hetzelve levendig, en met belangftelling
vertegenwoordigen , en onze opmerkzaamheid uit-
fluitend en voortdurend op hetzelve rigten: dit
heet overdenken. Hiertoe behooren deregels,
die boven (§ 162 en 163J ten aanzien van het
overdenken gegeven zijn, en wat in het onmid-
dellijk voorgaande aangevoerd is.
% 743. Het volgende is nog op te merken:
a.) Men ftelle zich het voorwerp niet blootelijk
in het afgetrokkene (in abftracto), maar ook
in het zamenvattende (in concreto) voor,
met herinnering aan daadzaken uit de ondervin-
ding; wil men b. v. over de gierigheid nadenken,
zoo neme men het beeld eens gierigaards uit den
kring zijner bekenden.
b.) Om het overdenken te gemoet te komen,
kan men andere voorwerpen, die met het opge-
gevene voorwerp overeenkomftig en verwant zijn,
onderzoeken. Wie b. v. over geleerde ijdelheid
wil nadenken, befchouwe den geleerden in het al-
gemeen in zijne handelingen, sla de eenzijdigheid
gade, in welke hij zoo ligt vervalt, en vergelijke de
ijdelheid met zelfvertrouwen, eergierigheid, trotsch-
Ijeid, enz. De denkbeelden, welke men daardoor
B b 5