Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKrl aXdschen stijl. 389
fchrijven wil, of de hoofdonderwerpen eens
opfteis, dat men moet ontwerpen , geheel te vat-
ten, wordt vereischt, dat men rijpelijk over de
zaak nadenke, en vooral zich gewenne, om zijne
opmerkzaamhÈïd altijd flechts op eene zaak tes
vestigen, en wel zoo lang, tot dat men met de-
zelve tot het bepaalde doel gekomen is. Elk
middelmatig verftand kan op deze wijze iets
verrigten, en een goed verftand kan daardoor
groote dingen tot ftand brengen.
§731. Men vange derhalve niet eerder aan
met fchrijven, dan nadat het hoofddenkbeeld
of de hoofddenkbeelden des onderwerps ge-
vonden en naauwkeurig bepaald zijn. Men vestige
de geheele opmerkzaamheid op de hoofdgedachte,
ontlede dezelve in hare kleinfte beftanddeelen en
bcfchouwe haar van alle zijden.
§ 732. Onder deze infpanning der denkkracht
ontflaat het ontwerp (plan) van uitvoering. Dit
ontwerp moet zoo lang doorgedacht worden, tot
dat hetzelve gansch volledig en duidelijk zich
voor de oogen des verftands vertoont. Heeft
men nu het plan voor het geheel ontworpen, en
het flot zoo wel als het begin in het hoofd,
zoo beginne men alsdan eerst te fchrijven.
§ 733. Om tot dit doel, dat is, het over-
zigt over het geheel te geraken, vermijde
men, de opmerkzaamheid te zeer op de enkele
(leden te vestigen, welke men veeleer flechts
B b 3