Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
m
388 handleiding tot den-
willen uitdrukken, zoo lang en aanhoudend rig'
ten, tot dat zij ons volkomen helder geworden
is. De woorden zullen zich alsdan ongezocht^
aanbieden, en de gedachten onwillekeurig in eene
duidelijke taal veranderen.
S 727. Moeten wij echter voor de gedachte
earst de uitdrukking zoeken, of denken wij reeds
aan de uitdrukking, eer wij c ns de gedachte dui-
delijk en helder hebben voorgefteld, of is het
zelfs bet geval., dat wij tot de uitdrukking eerst
de gedachte zoeken; zoo kan onze voordragt on-
mogelijk treffend zijn.
. S 728. Ook komt het er aanvankelijk niet op
aan, juist het regte woord dadelijk getroffen te
hebben. Men fchrijve de niet in alles pasfende
uitdrukking maar neer, en breke zijn nadenken
niet af, om angstig naar het betere woord te
zoeken, want is eens de ganfche zamenhang
der woorden daar, zoo als ons datgene, wat w'^
wilden zeggen, bij aanhoudendheid duidelijker
worden, en de enkele betere uitdrukking zal van
zelve gevonden worden.
§ 72p. Men moet zich alzoo voor alle dingen
tot dc vervaardiging van een fchriftelijk opftel
voorbereiden, waartoe, behalve het evenge-
melde, nog behoort dat wij weten, hoe het aan
te leggen, om de hoofdgedachte, die wij
voordrage«! willen, regt te vatten,
S 730. Om het onderwerp, over hetwelk nieu