Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKrl aXdschen stIjl. 387
fchrijver als voorbeeld en als beoordeelaar voor
zich heeft. Te gelijker tijd gewent men zich
met meer opmerkzaamheid te lezen , wanneer men
eenen fchrijver in een beknopt en klaar uittrekfel
brengen wil, en er op uit is, om hem te regt te
wijzen, te wederleggen of vollediger te maken.
Ook leert men daardoor, hetwelk wel het gewig-
tigfte is, aan zgne gedachten eene goede wijziging
te geven.
§ 725. Desgelijks kan men de voorafgaande
oefeningen gepastelyk afwisfolen, mer enkele flof-
fen van het gelezene bock in het breede uit te
werken , die uitbreiding met het bock zelf te ver-
gelijken , en de fouten, die men begaan heeft,
aan te teekenen en te verbeteren. Of men be-
proeve eene fchets van het ganfehe gelezene
boek te vervaardigen.
§ 726, Om de juiste uitdrukkingen voor de
gedachten gemakkelijk te vinden zijn de eerfte
voorwaarden , zonder welke men niets in dezen
worden kan, dat men zijn verftand met zeke-
ren voorraad van kundigheden verrijke, en zich
in de taal, waarin men fchrijft, genoegzaam
geoefend hebbe, dat is, men moet niet al-
leen eenen rijkdom van woorden bezitten, maar
ook geoefend zijn, om met alle woorden die ge-
dachten te verbinden, welke zij uitdrukken.
Bezitten wij deze bekwaamheid, zoo kunnen wij
onze opmerkzaamheid op de gedachte, die wij
B b 2
lAl