Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKrl aXdschen stijl. 385
over het gehoorde en geziene zijne gedachten
fchriftelijk ter neder te ftellen, alvorens men tracht
aanmerkingen daarover te maken. Verhalen van
het geen wij vernomen, befchrijvingen van het
geen wij gezien, en fchilderingen van het geen
wij gevoeld hebben, moeten de eerfte onderwer-
pen van onzen arbeid zijn. Brieven, verhalen,
befchrijvingen van natuurtafereelen, fchilderingen
van reizen zijn het gemakkelijkst voor eerste
fchriftelijke opftellen. Bij deze werkzaamheid moet
men zoo fchrijven, als men zoude gefproken heb-
ben, wanneer men iemand, dien men hoogacht,
berigt van datgene, wat men ondervonden heeft,
te geven had.
§ 721. Hiermede kan gepastelgk verbonden
worden het maken van uittrek fels uit gelezene
boeken, welke vervaardigd worden of onder-
gefchikt of onder zekere afdeelingen
(rubrieken), b. v. die van vriendfchap, moed,
zeden, karakter eens volks. enz. Eene derde
foort van uittrekfels doelt alleen op enkele woor-'
den en fpre ekwijzen. Ook het overzetten van
fchoone ftukken uit vreemde talen kan , wanneer
de bijzondere gelegenheid zulks medebrengt, ge-
voegelijk hiermede gepaard gaan; gelijk ook te
zelfden einde dicnsrig is de omzetting van dicht-
ftukken in onrijm, van gefprekken in verhalen ,•
en dit laatfte ook omgekeerd.
S 722. Daarna ga men tot het behandelen van
B b