Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKrl aXdschen stijl. 381
bijzonder acht te geven op d» tijdorde, en op
de wijze, hoe de fchrijver de oorzaken en uit-
werkfels aan elkander gefchakeld heeft.
S 707. Twee bedoelingen moet men bij het
lezen beftendig voor oogen houden, zal hetzelve
met vrucht gefchictien: vooreerst, de zaken te
behouden, om ze met zijn ftelfel te vereenigen;
ten andere, zich voornamelijk dc wijze eigen te
maken, waarop anderen de zaken befchouwd heb-
ben. Hierom behoort men geene boeken van
brekebeenen te lezen, vooral waar zij hunne ei-
gene redenering ingemengd hebben. Men kan er
zaken uit leeren; maar, hetgeen veel gewigtiger
is, aan zijne denkwijze-eenen goeden plooi te
geven, leert men er nooit uit.
§ 708. Men zal niet ligt over te veel dingen
denken; maar men kan over te veel dingen lizen.
Over hoe meer zaken men denkt, dat is, hoe
meer zaken men met zljni gedachten en ondervin-
ding in verband zoekt ta brengen, des te meer
wint men in kracht. Met het lezen is het om-
gekeerd : men breidt zich uit, zonder zich te
verfterken. Men moet daarom zich niet door zijn
lezen laten beheerfchen, maar integendeel over
hetzelve de heerfchapp^ uitoefenen.
5 709. In het algemeen moet men elk boek,
dat men gelezen, of ook flechts doorbladerd
heeft, opteekeiKn, cn even zoo elk boek, waarop
men opmerkzaam is gemaakt.