Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
38o handleiding tot den
eigen nadenken over het gelezene. Daar-
door wordt het geheugen geoefend cn de ftijl ver-
beterd , en terwijl wij het bock ter zijde leggen,
en het gelezene op het papier brengen (zie hier-
onder bij de afdeeling eigene oefening, worden
wij gewaar of wij onzen fchrijver regt verftaan
en het gelezene volkomen gevat hebben.
§ 703. Men gewenne Eich ook over de ftof
zelve te denken eer men het boek, waarin over
dezelve gehandeld wordl, in de hand neemt.
^ S 704' Men moet zonder vooroordeel
voor en tegen eene zaak of eenen fchrijver lezen,
en niet oordeelen, eer men de gronden voor en
tegen een betwist punt kent. Daarom moeten de
voornaamfte fchrijvers van beide partijen gelezen,
derzelver wederzydfche nieeningen in het licht ge-
fteld , vergeleken en tegen elkander afgewogen
worden. Hiertoe zijn b. v. dienstig de twist-
fchriften over de franfche omwenteling, enz.
§ 705. Is men met het algemeene lezen ge-
reed, zoo moet men tot een bijzonder lezen
overgaan, dat is, elk moet de fchriften het meest
en vlijtigst beftuderen, welke voor zijn bepaald
doel, voor zijn ambt, of voor de wetenfchap-
pen , aan welke hij zich toewijden wil, de voor-
naamfte zijn. Daarom moet hij zich, zoodra mo-
gelgk, kennis van de beste fchriften over zijn vak
zoeken ta verfchaffen.
S 706. By gefchiedkundige fchriften he^ft men