Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
ï20 .HANDLEIDING tot den^
het gezegde van het meerdere voordel, en het
onderwerp van het mindere voordel.
2. Figuren der fluitrede.
§ 42, De dnitredenen laten zich onder vier
vormen of figuren brengen, welke door de
plaatfing van den middelterm bepaald wor-
den, die in de voorafgaande voordellen tweemaal
voorkomt.
ß.) Eerfte figuur, wanneer de middelterm
in het meerdere voordel het onderwerp, en in
het mindere voordel het gezegde is b. v.
alle deugden maken den memch beminnelijk;
de •weldadigheid is eene deugd:
derhalve maakt de -weldadigheid den mensch be-
minnelijk.
b.') Tweede figuur, wanneer de middelterm
in beide premisfen het gezegde is, b. v.
alle deugdzamen zijn matig
een dronkaard is niet matig:
gevolgelijk is een dronkaard niet deugdzaam.
c.) Derde figuur, wanneer de middelterm
in beide premisfen het onderwerp is, b. v.
alle goddeloozen zijn verachtelijk;
eenige goddeloozen zijn rijk:
diensvolgens zijn eenige rijken verachtelijk.
Vierde figuur, wanneer de middelterm
in het meerdere voordel het gezegde en in het
mindere voordel het onderwerp is, b. v.