Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDKRL AXDSCHEN STIJL. 379
S 699. Men zoeke dat, wat in deszelfs foort
waarlijk voortreffelijk is, in het geheugen te pren-
ten , waardoor een groote rijkdom in laai gewon»
nen, en het gebruik der taal in de verfchillendfte
foorten van den ftijl zoo zeer bevorderd wordt.
Men moet flechts den goeden ftijl niet in bloote
herinneringen van het gelezene laten gelegen zijn,
en daardoor het eigenaardige verliezen.
§ 700. Men fchrijve echter niet altijd de woor-
den des fchrijvers zonder verandering af.
Daar het op den wezenlijken inhoud aankomt,
zoo moet deze kort, maar getrouw en volledig
opgegeven worden; want de eerfte en gemakke-
lljkfte weg, om zich in het denken te oefenen,
is de gedachten van anderen met aigene uitdruk-
kingen te herhalen en eigene gedachten daarmede
te verbinden,. Slechts de ftof, niet den vorm,
waarin de fchrljver dezelve opneemt, moeten wy
in ons dagboek overdragen. Alsdan verzekeren
wij het eigene van onzen geest, verplanten vreem-
de gewasfen op ons gebied, en oogften vruchten
in, die het eigene van onze wijze van denken en
gevoelen met zich dragen.
§ 701. Vervolgens beftudere men meester-
lijke beoordeelingen van gefchriften, die men
gelezen heeft, en trachte daardoor eenen zelf-
flandigen en oordeelkundigen blik over dezelve te
verkrijgen.
§ 702. Men wisfele beftendig het lezen af met