Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
SM
378 handleiding tot de,'«
S 697. Goecle bocken moeten meer-
malen gelezen worden. Eerst leze men,
om een algemeen overzigt te verkriigen , zonder
oordeellcundige opmerkingen, en geve zicii geheel
aan de voordragt des fchrijvers over. Het gevoel
der kunst zal de« te dieper indruk op ons ge-
moed maken; het zal ons door de kracht der taal
boeijen en veelvuldige bewegingen in de ziel
voortbrengen. In het vervolg leze men met meer
ingefpannene opmerkzaamheid, om het doel des
fchrijvers geheel te overzien. In wetenfchappelijke
werken, waarin een naauw verband heerscht,
moet men bij elke hoofdzaak zoo lang vertoeven,
tot men dezelve verftaan hebbe. Wat men niet
verfban heeft, teekene men aan, om op eenen
anderen tijd verder daarover na te denken, na te
lezen of het gevoelen van anderen daaromtrent
te raadplegen.
S 698. Om de hoofdzaken cn hoofdgedachten
van het gelezene des te beter in het geheugen te
prenten, zoo fchrijve men dezelve op.
Dit gefchiedt het best, wanneer men bij elke
merkwaardige plaats in het boek een teekentje
met podood maakt, en op een ftuk papier de
bladzijde, waar een of meer dezer plaatfen ftaan,
opteekent. Op deze wijze wordt de aandacht
onder het lezen niet afgebroken, en de draad der
gedachten niet verloren. Het opfchrijven neemt
men het gefchiktst waar op eenen tijd, wanneer men
tot eigen nadenken minder geftemd is.