Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKrl aXdschen stijl. 375
blijft zelden iets in het hoofd, of het wordt dade-
lijk door iets anders verdrongen.
§ 690. Men leze elk boek met oordeel,
zoowel ten aanzien van de regelen der fpr aak-
kunst , plaatfing der zin- en fcheiteekenen, dui-
delijkheid» nadruk en fierlijkheid, als ten aanzien
van het eigenaardige vac deszelfs ftyl.
S 691. Het eigenaardige en bijzondere
des fchryvers, wat zijne wyze van denken, gevoe-
len en fpreken betreft moet naauwkeurig opge-
merkt en niet flechts bij het lezen gevoeld, maar
ook duidelijk gedacht en bepaald ontwikkeld wor-
den; men moet naauwkeurig kuimen opgeven,
waarin het beftaat. Men lette op de redenen,
waarom het gefchrift ons zoo zeer bevalt. Men
toone hoe, waar en waarom hij deze of gene
woordfchikking verkoos. Op fommige plaatfen zal
men beviaden, dat aan een voorftel de grootfte
kortheid gegeven wordt; terwijl op andere de voHle
perioden elkander opvolgen. Nu flaat het werk-
woord op het einde, dan in het begin, of in het
midden. Komt men op zuike plaatfen, die wegens
hare moeijelijke verbindingen minder bevaüen, zoo
beproeve men, aan dezelven eene betere of ten
•minfte duidelijke wending te geven.
S 692. Leest men op deze wijze oordeelkundig
meerdere van elkander verfchillende fchryvers, zoo
wordt de geest te gelijk aan alle kanten befehaafd;
.dezelve wordt geoefend, om de gedachten uit
A a 4
ÉMi