Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
374 handleiding tot de,'«
taal en de poging, om zijnen ftijl te vormen ,
verbinden. Om dit doel te iiereiken, neme men
de volgende regelen in acht.
S 687. Men ordene zijne lezingen, dat is,
men verdeele dezelven in het lezen van ernftige,
onderwijzende en onderhoudende fchriften. In de
keus der boeken en de orde, waarin men die na
elkander moet lezen, volge men den raad van
deskundigen. Afwisfeling in het lezen is noodza-
kelijk; nu moet men ernftige en moeijelijke, dan
onderhoudende en gemakkelyke fchriften lezen,
ten einde zich uitfpanning te geven en tot nieu-
wen arbeid in flaat te ftellen.
§ 688. Voor alle dingen gewenne men zich niet
aan het oppervlakkig lezen. Men make daarom
het lezen niet tot een dagwerk, maar tot eene
enkele bezigheid: want het ligt in de inwendige
gefteldheid onzer natuur, dat doorgaans geen werk
aanhoudend en met gevolg uitgeoefend kan wor-
den , dat niet met eene foort van vermaak verbon-
den is. Men leze altijd met opmerkzaamheid
en overtuige zich gedurig, of men het gelezene
wel verflaan en begrepen hebbe.
§ 689. Aan de boeken van gewigtigen inhoud
moet men de beste en helderfte uren van den dag
wijden; voor die tot vermaak bepale men flechts
zoo veel, als van de andere overblijft. Wie al-
leen tot tijdverdrijf leest, behoeft eene geftadige
afwisfeling, en waar deze plaats grijpt, daar