Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
o
66 handleiding tot dex
§ 674. Eindelijk moeten de voorwerpen, waar-
van men de vergelijkingen ontleent, algemeen be-
kend zijn en met den aard der onderwerpen over-
eenftemmen; vooral moet men in het ernftige en
verhevene geene vergelijkingen van gemeene of
lage voorwerpen opnemen.
7. De tegenjielling (antithefis).
§ 6y5. Deze figuur kan evenzeer ter bevorde-
ring van de fierlijkheid, als van de duidelijkheid
cn den nadruk dienen. Te eerstgemelden einde
is het noodzakelijk, dat de tegengeftelde voorwer-
pen in de leden van eenen zin zoo veel mogelijk
overeenkomen, gelijk zulks reeds op eene andere
plaats (§ 446) is aangemerkt. Ter bevestiging
diene nog het volgend voorbeeld: aan de eene
zijde flrijdt de fehaamte, aan de andere de on-
gebondenheid; aan deze de eerbaarheid, aan de
andere de onkiiischheid; aan dcze de trouw, aan
gene het bedrog. — Dit is geene gefehrevene, maar
eene ingefchapene wet, tot welker betrachting wij
niet door onderrigting worden opgeleid, maar door
de natuur gevormd zijn.
§ 676. Men moet het veelvuldig gebruik dezer
figuur vermijden; dewijl zij eene te moeijelijke
kunst verraadt, en de rede fl:ljf en gemaakt doet
worden.