Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKrl aXdschen stijl. 385
§ 672. Dc vergelijkingen moeten, even als alle
andere figuren, gepastelijk worden bijgebragt, en
daar zij niet de taal van de fterke drift, maar
eer die der levendige verbeelding zijn, zoo ge-
bruikt men dezelve gevoegelijk op zuike plaat-
fen, waar het te doen is, om het verftand te
onderrigten en tc overtuigen, of waar men de
verbeelding door eene fierlijke voorftelling wil
treffen en vermaken. De voorwerpen, waarvan
de vergelijkingen ontleend worden , moeten niet
van zaken, die eene te veel in het oog loopende
overeenkomst hebben, ontleend worden. Zulke
zijn b. v. het vergelijken van eene fchoone vrouw
bij Venus, van een fterk man bij Hercules. Af-
geftetene vergelijkingen, als van een' held bij
eenen leeuw, van een neerflagtig menseh bij eene
bloem, welke haar hoofd laat hangen, van hevige
hartstogten bij eenen ßorm, van kuischheid bij
fneeuw, van deugd bij de zon of ßerren, enz.,
behoort men insgelijks te vermijden, ten zij men
aan dezelve door de voorftelling zekeren fchijn
van nieuwheid wete te geven.
§ 673. Al te zwakke en te ver gezochte ge-
lijkheid verfpreidt geen nieuw licht, maar veeleer
duisterheid. Voldoende is het, dat de gelijkheid
flechts in de voornaamfte punten plaats hebbe; ja
zelfs kan fomtijds eene vergelijking duister worden,
wanneer dezelve te ver in bijzonderheden wordt
voortgezet.