Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
362 handleidlng tot den
verwijderd; zoodat de verklaring niet uitdrukke-
lijk gegeven, maar aan de overdenking wordt
overgegeven. Zoo maakt de abt sieijes van
de volgende allegorie gebruik: t-xte jaren zijn
thans vervlogen, federt gij den j ong en boom
planttet ; jlormen loeiden hevig rondom hem , dreig-
den hem met wortel en tak te vernielen en hij
groent. Onder het beeld eens booms wordt hier
de vrijheid van dien tijd voorgefteld.
§ 666. Het voornaamfte betrekkelijk de allego-
rie in acht te nemen, is, gelijk voor de metapher,
waarmede [Zij het meest overeenkomt, dat de ge-
lijkheid ongezocht, natuurlijk en in eenige bijzon-
derheden plaats vinde, dat men geene figuurlijke
cn oneigenlijke, noch ook gcene twee verfchillende
figuurlijke voorftellingen ondereen menge, en einde-
lijk dat deze figuur, als te veel kunst verradende,
niet in het hartstogtelijke of gevoelvolle behoort
gebezigd te worden.
§ 667. Fabels en gelijkenisfen (parabolen) zijn
niets dan allegorien, welke menfchelijke geaard-
heden en handelingen afbeelden, door woorden en
menfchelijke bedrijven aan dieren en levenlooze
voorwerpen toe te fchrijven. De zedeles der fabel
is de eigenlijke, in woorden uitgedrukte zin der
allegorie. Het raadfel is ook een allegorie, in zoo
ver het als afbeelding eener zaak door eene andere
befchouwd wordt, met dit bijzondere, dat hetzelve
opzettelijk in bijomftandigheden gehuld is, welke
de beteckende zaak niet terftond te kennen geven.