Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
NEDERLANDSCHEN STIJL. 361
ƒ.) De overdragt moet eindeliik met den aard
.des onderwerps overeenkomftig zl'n. Nier alle
Iborten van ftijl zijn even vatbaar voor deze fie-
raden, en men moet wel zorgvuldig aclit geven
cn naauwkeurig toezien , wat het onderwerp al
of niet gedooge, ten einde niet, in plaats van
te behagen, walging te verwekken. Ook moeten
7,1) niet al te lang vervolgd vvor len; daar zü dan
dikwerf ftijf cn gemaakt w(>rden en vee' van hare
waardigheid verliezen.
4. De bij fpraak (allegorie j.
§ 665. Onder de figuren, tot fijraa i ftrekken-
de, komt in de eerfte plaats voor de bij fpraak.
Zij is eene omftandige voorftelling eener zaak door
middel van eene andere, welke met de eerfte eeni-
ge gelijkheid heeft, en dus in derzelver plaats
kan gefteld worden. Het eenige onderfcheid tus
fchen de metapher en deze figuur is, behalve de
gewone kortheid der eerfte en de meerdere uitge-
breidheid der laatfte, dat de metapher zich zelve
verklaart, door de woorden, welke in hunne
eigene en natuurlijke beteekenis daarbij gebruikt
, worden, als: de romeinfche dichtkunde was eene
bloem, uit griekfche zaden in den tuin eens kei-
zers verplant, alwaar zij veilig en in volle fchoon-
heid bloeide. Hier is door de woorden romein-
fche dichtkunde alle twijfel weggenomen; maar
de allegorie is verder van de eigenlijke beteekenis
Z 5