Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKrl aXdschen stijl. 359
vermoeit, b. v. zijne ziel was geheel met droefheid
vervuld-, zoodat een gering toevoegfel het geheele
vat der gelatenheid deed fpringen. De gelijk-
heid tusfchen de ziel van eenen gelatencn en een
vat is zeker niet groot. Zoo ook: bondigheid
van bewijzen, gemakkelijkheid en eenvoudigheid
in de voordragt zijn eigenfchappen der ware en
hooge geleerdheid, die ik mij niet waard achte de
fchoenriemen te ontbinden. Hier vraagt
men niet zonder reden, wat toch fchoenriemen
der geleerdheid beteekenen.
b.) Om dezelfde reden is het gebruik af te
keuren van metaphcrs , welke ontleend zijn uit
eenige kunst of wetenfchap, aan de meeste men-
fchen onbekend.
c.) Men hoede zich verder voor het gebruik
van gewone cn afgefletene metaphers en zulke
overdragtelijke uitdrukkingen, welke een laag,
onaangenaam en walgelijk denkbeeld kunnen ver-
wekken , in het bijzonder, wanneer het voorwerp,
dat met een ander vergeleken wordt, zekere waar-
digheid heeft. Zoo zegt zeker fchrijver, den raad
gevende van meer op de kleine en onbeduidende ,
dan op de groote en openbare daden der menfchen
acht te geven ; bij dezen is de ziel in galaklee-
deren, bij genen in een" flaaprok en op mui-
len, Dit beeld verwekt hier onaangename en wal-
gelijke denkbeelden, cn beneemt alzoo aan het on-
derwerp deszelfs deftigheid. Dc aartsbisfchop
Z 4