Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
358 handleiding tot de,'«
cn voorftellingen met elkander", en de verbeelding
grijpt het fchoone beeld des avonds en der lente
aan, en houdt zich met de ondergaande zon,
met de fchemering, met het aannaderen eener
zoete rust, of met de verniemvde levenskracht en
bekoorlijkheden der verjongde natuur op eene aan-
gename wijze onledig. Alle deze fchoone beel-
den, die bij het denkbeeld van avond en lente
zich opdoen, worden nu op het denkbeeld van
ouderdom en jeugd mede overgedragen. Zeer
krachtig en fchoon zijn ook de metaphoren in de
volgende uitdrukking van een regtfchapen man:
de grond van zijn geluk is eene rots, die niet
verwrikt kan worden, en de bewustheid zijner
braafheid is een f t af, die hem tot eenen vasten
Jleun dient. Ossian zegt van eenen held: in
vrede gelijkt hij den velden der lente, in den
oorlog I den jlormwinden der bergen. Van eene
jonge maagd fprekende is het: zij was omgeven
met het licht van fchoonheid; maar haar hart
was de zetel des hoogmoeds.
§ 664. Bij de metaphers zijn de volgende re-
gels in acht te nemen, welke ook grootendeels
op de overige tropen toepasfelijk zijn:
a.'^ De vergcliiking moet bij dc metaphoren
duidelijk en natuurlijk, niet ver gezocht en ge-
dwongen zijn. Staan de beide denkbeelden in geen,
of flechts gering verband, zoo wordt de meta-
phcr een raadfel, waarvan dc oplosfing den geest