Boekgegevens
Titel: Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Auteur: Beijer, Johan Coenraad
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1827
3e dr; 1e uitg.: 1820
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1145 D 16
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206325
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Stelvaardigheid, Nederlands, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handleiding tot den Nederlandschen stijl, of Volledige aanwijzing ter vervaardiging van schriftelijke opstellen: voor Nederlanders, zoo in het algemeen als in beroepsbetrekkingen en gegrond op de redeneerkunde
Vorige scan Volgende scanScanned page
nedKrl aXdschen stijl. 357
■niet eene redevoering, die wegens hare kracht en
nadrtik grooten indruk op ons maakt, overeen-
komst heeft.
§ 662. Dergelijke metaphorifche uitdrukkingen
zijn in iedere taal en öok in het neerlandsch zeer
menigvuldig, en wij gebruiken dezelve dikwijls
zonder het te weten. De woorden inzien, ver-
ftaan , overwegen, ontwikkelen, ontvouwen ziin
allen metaphorisch, eu laten zich allen terug
brengen op zinnelijke voorwerpen, waarvan zij
ontleend en op werkingen van den geest over-
gebragt zijn. Zoo is ontvouwen eigenlijk iets
(doek, laken of eenige andere ftof) in zijn geheel
openleggen, ten einde al deszelfs deelen voor het
oog zigtbaar te maken,
§ 663. Daar de overdragt (metapher) de fier-
lijkheid der rede bevorderen zal, zoo moet ook
de oneigenlijke uitdrukking zoo gekozen worden,
dat het denkbeeld, het zij in klaarheid, het zij iu
levendigheid, het zij in fterkte winne. Zoo b. v.
zegt dc uitdrukking: de hoop l ij dt fchipbr euk,
dubbel zoo veel ais de hoop verdwijnt; want bij
eene fchipbreuk ftelt men zich zeer duidelijk voor,
dat alle hoop verloren is, en dit bijdenkbeeld
geeft juist aan de uitdrukking eene grootere fterk- ■
te. Even zoo zegt men van eenen grijsaard: de
avond, de herfst zijns levens, en van eenen
jongeling: de lente zijns levens. Hier veree-
nigen zich verfcheidene aangename denkbeelden
Z ^